25 Tita en de boeken

Als kleuter vond ik niets heerlijker dan dat men mij verhaaltjes voorlas. En ik krabbelde heelder blaadjes vol met allerlei tekentjes en krulletjes, net alsof ik schreef.

Leren lezen kon dan ook niet rap genoeg gaan. In het eerste leerjaar las ik alles wat los en vast zat. Van de tekst op de doos hagelslag, over de reclameborden langs de autostrade, tot de post van mijn ouders. Voor dat laatste kreeg ik trouwens regelmatig naar mijn voeten. Tegen kerstmis las ik mijn eerste echte boek en tegen het einde van het schooljaar had ik een abonnement in de bibliotheek.

Met de klas gingen we trouwens 1 keer per maand boeken halen in de bibliotheek. De juf hield dan onze kaart bij. Maar algauw is mijn mama mijn kaart gaan vragen aan de juf, zodat ze tussendoor nog eens met mij naar de bibliotheek kon gaan. Ah ja, na 14 dagen waren mijn boeken immers al uit.

Als ik las, kon je naast mij een kanon afschieten. Ik hoorde niets, was me van niets bewust. Niets kon mij storen. Handig voor mij. Maar in combinatie met mijn vindingrijkheid qua leeshoekjes, lastig voor mijn ouders. Die waren me regelmatig kwijt.

’s Avonds in bed lezen mocht niet. Mijn zussen en ik deelden een kamer. Van mijn nachtlampje zouden ze zeker wakker worden. Later, toen ik al apart sliep, mocht het ook niet. Mijn ouders kenden me een beetje: het zou veel te laat worden. Maar ik liet me niet kennen. Ik kroop met een schapenvachtje, een dekentje en een boek bij een lampje en ik las uren aan een stuk. Ooit deed ik zelfs eens nachtje door: mijn boek was gewoon veel te spannend. Uiteindelijk gaven ze het op.

En nu. Nu ben ik nog altijd een grote boekenwurm. Ik lees ’s ochtends voor ik uit mijn bed stap. Ik lees tijdens mijn middagpauze. En ik lees voor ik ga slapen. Ook als ik tussendoor ergens een gaatje heb in mijn planning, vind je me wel ergens met een boek. Ik droom dan ook van een enorme boekenkast vol boeken. En stiekem zou ik ook wel graag een e-reader hebben. Hoewel een echt boek me nog altijd wel het meeste aanspreekt.

24 Tita en maandaglijstje 4

Mijn favoriete geuren:

– mijn douchegel met pepermunt
– de geur van gemaaid gras
– de geur van vers gebakken broodjes op zondagochtend
– mijn favoriete parfum: Notorious van Ralph Lauren
– de geur van gras na een fikse regenbui
– de geur van een babylijfje
– de geur van mandarijntjes
– de geur van kaneel
– de geur van koekjes of cake die net uit de oven komen
– de geur van een nieuw boek

Wat is het summum voor jullie reukorgaan?

23 Tita is een nachtbraakstertje

Als kind kwam ik vaak, een half uurtje nadat ik naar mijn bed was gestuurd, weer naar beneden. Dan kon ik weer eens niet slapen. Of dan was ik bang voor nare dromen. Zei ik. Want in werkelijkheid wou ik gewoon nog een beetje langer opblijven.

Toen ik ietsje groter werd, stak ik een klein lichtje in het stopcontact en maakte mijn ouders wijs dat ik bang was voor het donker. Dan kroop ik ’s avonds naast dat lampje. Op een schapenvachtje. Onder een dekentje. Met een boek. En dan las ik. Las ik. En las ik. Soms tot midden in de nacht.

En nu. Nu heb ik nog altijd moeite om op tijd te gaan slapen. Afscheid nemen van de dag valt mij blijkbaar zwaar. Want net dan heb ik nog van alles te doen: wat lezen, een filmpje kijken, nog gauw even mijn mail checken,… Er is altijd wel iets. En plots blijkt het dan al middernacht voorbij te zijn. Of dan schrik ik me rot omdat het al 3 uur gepasseerd is.

En de volgende morgen. De volgende morgen doet dat pijn. En dan neem ik me telkens weer voor dat het me niet meer zal overkomen. Dat ik op tijd zal gaan slapen. Tot de volgende keer…

22 Tita en 1 van haar favoriete liedjes

Guus Meeuwis. Niet echt een zanger waar mijn platenkast (klinkt toch veel beter dan cd-kast, niet?) van uitpuilt. Ik kende hem alleen van “Per spoor (Kedeng Kedeng)” en van “Het is een nacht”. En ja, dat zijn best leuke liedjes voor aan een kampvuur of op een zangavond of om in een gekke bui eens mee te brullen. Maar ze hebben niet dat tikkeltje meer, dat diepzinnigere, waar ik van hou. Dus Guus Meeuwis is niets voor mij.

Dacht ik.

Tot ik vorige week deze ontdekte op de smoelenboekpagina van een vriendin.

21 Tita zou soms wel eens haar koffers willen pakken

Als het regent. Of als het koud is. Als het sneeuwt. Of als het hagelt. Dan zou ik stiekem heel erg graag mijn koffer pakken. Dan zou ik die vol willen stoppen met rokjes en t-shirtjes, met felgekleurde jurkjes en strandslippers. Dan zou ik heel erg graag op een vliegtuig stappen. Naar een ver maar warm oord. Waar de zon schijnt, waar het warm is. Waar het leven goed is. Waar alles kan en niks moet.

Want de winter… De winter is echt niks voor mij.

20 Tita en het duiveltje op haar schouder

Ik heb een duiveltje op mijn schouder. Zo een ambetant ventje dat de hele tijd fluistert:

“Ge zijt te dik.”

“Allé, zijt ge nu weeral aan het snoepen!”

“Wa hebt ge NU weer aan?”

“Zeg, trekt uwen buik is in.”

“Ja, das een schoon kleedje. Maar daar raakte gij NOOIT VAN ZE LEVE ni in, snoes!”

 

Een pauze-knopke? Iemand?
Of nen duiveluitdrijver? Met wa wijwater van Lourdes?

19 Tita en haar agenda

Mijn agenda is zo goed als leeg. Jawel, ik heb wel degelijk vrienden. En jawel, ik heb wel degelijk afspraken. Zowel in het verleden als in de toekomst.

Maar ik plan niet graag. Ik geniet juist van het vrij zijn. Van het niet MOETEN. Dus alle afspraken zitten in mijn hoofd (gelukkig heb ik een goed geheugen). En als ik ergens moet zijn, ben ik er ook, op misschien een paar uitzonderingen per jaar na.

Ik ben ook een uitsteller. Dingen die ik niet graag doe, schuif ik voor me uit. En daardoor komen ze er vaak niet van. Of dan moet ik ze doen op een moment dat ik het helemaal niet leuk vind. Het gevolg is ook dat ik, doordat ik te vaak maar wat zit aan te modderen, veel tijd verlies die ik aan leukere dingen zou kunnen besteden.

Dus werd het hoog tijd om toch maar eens aan een planning te denken. Een planning waarin een goed evenwicht zit tussen to-do-things en ontspanning.

En daar ben ik dus maandag mee begonnen. En tot hier toe lukt het om me er aan te houden. En tot hier toe vind ik het leuk om die planning te maken. En tot hier toe vind ik het een verbetering.

Dus we zullen eens zien of dat hier gaat lukken.

Plan-tips of plan-verhalen: één adres.