79 Tita en maandaglijstje 9

Dingen waar ik van kan genieten:

– puntjes schrappen op mijn to do-lijst
– onverwacht extra tijd hebben om iets leuks te doen
– mijn dagelijkse leesmomentjes
– vorderingen maken in het piano spelen
– ’s ochtends alleen thuis zijn, genieten van de stilte en ontbijten met een goed boek
– hilarische uitspraken van mijn buurjongetjes
– nieuwe mooie muziek ontdekken
– meebrullen met mijn favoriete liedjes
– naar de dierentuin gaan
– mooie kleren en schoenen vinden tijdens het shoppen

78 Tita en winterhanden

Vroeger had ik er nooit last van. Van winterhanden. Ik had een ongelooflijk zacht velleke. Niks geen werk aan. Niks smeren met crèmekes elke dag. Lekker gemakkelijk!

Sinds ik in een winkel werk en vaak met mijn handen in het water zit heb ik ze wel. Tegen het einde van de week zijn mijn handen kapot. Kloofjes, wondjes, jeuken. Ik heb hopen handcrèmes. In mijn handtas. Op mijn nachtkastje. Op ’t werk zit er zelfs eentje in mijn schortzak om tussendoor even te smeren. En ik smeer dus de godganse dag. En ’s avonds voor ik ga slapen, smeer ik mijn handjes zelfs in met uiercrème.

Gelukkig heb ik nog altijd een goed velleke. Met wat hulp van het smeren raken mijn handjes het weekend door. En dan zijn ze hersteld tegen dat de werkweek begint.

En dan… begint het helemaal opnieuw.

Ik kijk uit naar de zomer

77 Tita en 1 van haar favoriete liedjes

Een liedje uit mijn puberteit. Toen wij vroeger met ons gezinnetje op vakantie gingen, nam mijn vader altijd cassettekes (en later cd’s) mee voor onderweg in de auto. Met ZIJN muziek. En mijn zussen namen hun “Samson en Gert”-cassetekes mee. Maar ik was daar eigenlijk al niet meer zo mee bezig (hoewel ik de liedjes wel vrolijk meebrulde). Ik herinner me één vakantie waarop ik constant 2 liedjes zat te zingen. Het eerste was “Bitch” van Meredith Brooks en het tweede was het volgende, “Nobody’s wife” van Anouk. Ik zing het momenteel in de zangles.

Anouk – Nobody’s wife

76 Tita en traantjes

Gisteren vertelde ik al over het zingen. Over het zingen dat mij zo deugd doet. Maar soms is het ook heel erg confronterend. Soms doet het pijn. Soms voel ik me er ongelooflijk slecht bij. Zo ook deze week.

Zingen doe je niet alleen met je stem. Zingen doe je met je lichaam. Héél je lichaam moet zingen.

Deze week vroeg mijn leerkracht om te springen. Om gek te doen. Om dingen te doen die je normaal niet doet als er iemand kijkt.

En dan kruip ik in mijn schulp. Dan voel ik me plots ontzettend klein. En dan lijkt het alsof heel mijn brein gewist wordt. Dan zit er niets in mijn hoofd. Mijn hoofd is dan compleet leeg. En plots heb ik dan 2 armen en 2 benen en een lijf waarvan ik compleet niet meer weet waar het voor dient. Ik krijg gewoon een complete “lichamelijke black-out”. Als zoiets al bestaat. If not, dan vind ik het woord bij deze gewoon uit.

En toen vloeiden er plots traantjes. Het werd me even te veel. Want dat “in mijn schulp kruipen” en dat “me heel erg klein voelen” is een gevolg van mijn lage zelfbeeld. En daar moet ik dringend eens iets aan doen. Diëten is een begin. Maar mezelf aanvaarden zou helemaal fantastisch zijn – wat zeg ik? dat zou gewoonweg  GEWELDIGSCHITTERENDFORMIDABELTASTISCH zijn!

75 Tita en zingen

Zingen was altijd al een deel van mijn leven. Maar heel onbewust en heel onschuldig. Ik zong op de fiets, wanneer ik de trap afliep en, zoals iedereen wel eens zeker, in de douche. En de grootouders vonden dat ik een engelenstemmetje had. Maar dat vinden waarschijnlijk alle grootouders van hun kleinkinderen.

In de lagere school kwam ik in het schoolkoor terecht. Dat werd als een hele eer beschouwd. Ik was dan ook heel fier. Maar na een tijdje vond ik het eigenlijk niet meer leuk. De kinderen die het beste zongen of de kinderen waarvan de papa een belangrijke job had (jep, discriminatie alom), kregen de solo’s. En stiekem droomde ik er ook van om een solo te mogen zingen.

Als tiener leek het mij ongelooflijk fantastisch om een zangeres te worden. Ik zag het al helemaal voor me: hippe kleren, de grootste hits, applaudiserend publiek, handtekeningen uitdelen, intervieuws geven, in de Joepie staan. Wat een ego moet ik toen hebben gehad.

Gelukkig zijn we die tijd voorbij. Maar zingen doe ik dus nog altijd heel graag. Het vraagt veel energie van je op lichamelijk en geestelijk gebied. Maar het geeft me ook energie. Ik voel me er vaak beter door. Het is een echte uitlaatklep.

74 Tita en haar rode jasje

Ik heb een rood jasje. Een zomerjasje. Een mooi rood zomerjasje. Een geweldig mooi rood zomerjasje. Ik zie mezelf deze zomer al rondlopen in dat jasje. Over een leuk kleedje. En met mijn prachtige grijze schoentjes er onder.

Maar het jasje past niet. Het is veel te klein. En ik zou er heel graag deze zomer in kunnen. Want deze zomer is rood hot.

Dus ik ga op dieet.

Veel fruit eten.
Veel water drinken.
Rijstkoeken knabbelen.
Minder snoepen.

Nog tips? Iemand?

73 Tita en plan B

Herinnert u zich nog mijn goede voornemen van enkele maanden: namelijk een planning maken? Wel. Ik ben daar vol goede moed aan begonnen. Zo’n planning maken is veel werk. Maar ik vond het leuk. En ik stak ze goed vol. Want zo verkorte mijn to do-lijst heel erg snel. En dat vond ik geweldig.

Maar die ei-volle planning zorgde ook voor wat problemen. Om mijn planning rond te krijgen, kon ik vaak veel later gaan slapen dan gepland. En daardoor haalde ik mijn nodige uurtjes slaap niet. Daardoor werd ik ongelooflijk moe. En daardoor had mijn lichaam geen weerstand meer tegen bacteriekes. Dus werd ik ziek.

En toen gooide ik de planning dan maar overboord.

Maar het gevoel van tijdverlies en het gemis van leuke dingen kwam terug. Dus vlieg ik in plan B: een nieuwe planning, maar minder vol en met voldoende ontspanning. Zodat ik op tijd in mijn bedje raak. En dus niet ziek word.

En nu maar hopen dat het werkt.