238 Tita en opruimactie

– “Naakt doe ik de afwas” (Jelle Cleymans) in de cd-speler
– een vuilbak vol papieren zakdoekjes
– maandverband op het boodschappenlijstje gezet
– smoelenboek helemaal opgekuist (byebye overbodige vrienden)
– de administratiestapel zien groeien
– benen ontharen op de planning zetten
– oorbellen terugvinden op de gekste plaatsen
– overal papierschilfers en papierbollekes vinden van de lekkerste Milka-Crispy-paaseitjes van de wereld
– kousen zonder “tweelingbroertjes/zusjes” tegenkomen
– kleerkast opruimen op mijn “to do”-lijst zetten
– toch nog een volle doos Kleenex tegenkomen: OEF!
– papieren zakdoekjes op het shoplijstje zetten
– het geboortecadeautje (ingepakt en al) tegenkomen dat voor baby M. bedoeld is  (geboren in september): dringend de mama eens sms-en!
–  voorleesboek klaarleggen (beloofd aan Thor)
– op de “to do”-lijst: handtas opruimen
– suikerboontjes snoepen
– de “tweelingbroertjes/zusjes” vinden en bij elkaar brengen
– plots een hele stapel oud papier hebben terwijl het vrijdag pas allemaal is opgehaald
– een stapeltje uit te zoeken tijdschriften
– alle kleren in de kast, maar te weinig kleerhangers (morgen eens zoeken)
– die paraplu zou beter standaard in mijn fietstassen steken
– puntje op de “to do”-lijst: fietstassen uitmesten
– me afvragen of ik echt iets ga hebben aan die deleizekaart en dus dat papier ga invullen of niet
–  hatsjie!
– pot uiercrème op het nachtkastje zetten om mijn rode snotneus in te vetten voor het slapengaan
– bibliotheekbezoek van morgen in het rood in mijn agenda: anders boete!
– dringend een afspraak maken met de oogarts: bijna door de lenzen-voorraad heen
– oef, van opruimen krijg je ’t warm
– zin krijgen om morgen veel te doen
– door een boekje over Stockholm bladeren en spontaan beginnen te glimlachen
– morgen niet vergeten te stofzuigen

En… tijd voor mijn bedje!

237 Tita counts her blessings

De laatste 2 weken heb ik er met mijn pet naar gegooid en geen blessings gecount. Normaal gezien schrijf ik die op in een notitieboekje dat tegenwoordig altijd in mijn handtas zit, maar ik was een beetje te lui.

Het hoogtepunt uit die 2 weken is dat ik een neefje kreeg.

Het dieptepunt (waar ik normaal nooit over schrijf, want lowpoints tel ik niet) was wat iedereen in België (en vele andere landen) zo diep heeft geraakt: het busongeval in Zwitserland.  Het doet je beseffen dat dat counten van blessings niet zo stom is.

En daarom doe ik het vanaf volgende week weer trouw.

#wijvenweek 236 Tita over stoefen en multitasken

Volgens mij is iedereen wel een schuldig aan stoefen. Ik betrap er mezelf alleszins af en toe wel eens op. Zoals begin deze week toen ik op bezoek was bij een vriendin waarvan ik weet dat ze vaak moeite heeft om haar oudste zoontje in de hand te houden. Dat komt eerst en vooral omdat ze hem te strenge regels oplegt zoals dat hij met zijn speelgoed op ZIJN speelplek moet blijven (terwijl iedereen weet dat kinderen de nabijheid van hun mama opzoeken en daar komen spelen) en dat hij telkens hij met iets gespeeld heeft dat onmiddellijk moet opruimen (dat kind is volgens mij een hele dag aan het opruimen). Uiteraard wil haar zoontje liever spelen dan opruimen en gehoorzaamt hij niet. Tot ik hem deze week vroeg of hij sneller kon opruimen dan ik tot 10 kon tellen. En ja, hoor. Hij ruimde in een wip op en zijn mama en papa zaten met hun mond open te kijken. En ik was vanbinnen enorm trots op mezelf. ’t Was een subtiele manier van stoefen, van “kijk eens, ik krijg dat WEL gedaan van hem omdat ik trucjes ken door mijn babysitervaring”.

Op gebied van multitasken ga ik dan weer zeker NIET stoefen, want ik ben eigenlijk niet zo’n multitaskend topwijf zoals i. en Lilith dat zo mooi omschrijven. Ik raak niet verder dan lezen tijdens het eten en strijken tijdens het tv kijken. Voor de rest moet ik alles apart ondernemen. Maar dat heeft grotendeels met mijn chaotische kantje te maken waarschijnlijk. Ik ga nu trouwens NOG wat multitasken: een goed muziekje opzetten en terwijl een opruimactie houden. Want vanaf morgen wil ik nog eens van goede voornemens doen en mij weer eens (de zoveelste poging) aan een planning houden.

#wijvenweek 235 Tita en zelfcensuur

Zelfcensuur. Het onderwerp van deze week waar ik het meeste “schrik” voor had. Ik schrijf namelijk over de dingen die mij bezighouden, mij interesseren en de rest kan ontploffen.

Daarom een postje over zelfcensuur op-een-ander, namelijk op smoelenboek.

Ik vind mijn anonimiteit op mijn blog heel erg belangrijk en ik gebruik zelfs een anoniem email-adres. Maar op smoelenboek ben ik “bevriend” met mensen die ik bijna van haar noch pluim ken. ’t Is te zeggen: ik weet wel wie die mensen zijn, maar velen zijn al lang uit mijn leven verdwenen en ik converseer totaal niet meer met hen.

Toen ik pas op smoelenboek zat, was ik niet zo bezig met wie wat allemaal kon lezen en bekijken. Maar ondertussen vind ik dat juist heel belangrijk. Ik ging al een tijd kritischer om met wat ik postte: ik vermijd het om negatieve berichtjes te posten en af en toe zorg ik dat bepaalde mensen mijn bericht niet kunnen lezen.

Maar nu heb ik me echt voorgenomen dat ik er korte metten mee ga maken. Nee, ik verwijder mijn account niet want ik vind smoelenboek een heel gemakkelijk communicatiemiddel. Maar ik ga wel snoeien in mijn “vrienden”, ze indelen in groepen en er op letten om bij elk bericht te checken wie wat mag lezen. En uiteraard ga ik nog meer waken over wat ik post.

#wijvenweek 234 Tita droomt

Dromen. Ik heb er een heleboel. Grote zoals ooit een gezinnetje hebben en kleine zoals een daguitstapje doen naar een leuke stad.

Eén van mijn dromen komt binnenkort trouwens uit. Als kind had ik al iets met Zweden. Door Pippi Langkous en “De kinderen van Bolderburen”. Of nee, eigenlijk moet ik Astrid Lindgren daar dankbaar voor zijn: de schrijfster van al die prachtige jeugdboeken.  Ooit zag ik ook “De kinderen van de Zoutkreek” (een tv-serie van vroeger, gebaseerd op een boek van… u raadt het nooit… Astrid Lindgren again) en het leek me zooooo heerlijk om daar te wonen.

Om één of andere reden is het gevoel dat ik daar ooit wou komen blijven hangen. En als ik eens wat Zweedse taal opving, in folkliedjes vooral, dan werd ik daar helemaal gelukkig van: die taal klinkt zo heerlijk zangerig en heeft zo’n mooie warme klanken.

En toen, op 19 juni 2010, stapte de Zweedse kroonprinses Victoria in het huwelijk en werd dat huwelijk live uitgezonden op tv. Ik keek mijn ogen uit en niet alleen naar haar prachtige jurk, maar ook naar die prachtige stad Stockholm met zoveel water en groen. Sindsdien stond Stockholm echt op mijn lijstje met “places I really want to go to”.

De echte klik die me deed beslissen om effectief naar Stockholm te reizen en zelfs in 2012, was mijn reis naar mijn tante in Spanje. Die vakantie was een flop, maar het gaf me ergens ook wel een zelfzekerder gevoel waardoor ik de stap durf te zetten om helemaal op mijn eentje een dikke week naar Stockholm te gaan.

Sommigen verschieten van het feit dat ik helemaal alleen ga. Ze vinden dat heel flink en straf van mij. Maar er is niemand die zin heeft om mee te gaan en ik ben ook niet echt het type voor groepsreizen. Bovendien wil ik daar echt MIJN goesting kunnen doen: cultuur en natuur zien en een beetje (let wel: een BEETJE) shoppen.

In afwachting van die reis heb ik nog het een en ander te doen: vliegtickets en hotel boeken, me informeren over de bezienswaardigheden en alles een beetje plannen, de nodige documenten in orde maken,…  Normaal zou ik daar allemaal enorm tegen op kijken, maar nu heb ik er ontzettend veel zin in. Ik ga me dus nog amuseren de komende maanden.

O, en ik heb nog een droom voor de zeer nabijzijnde toekomst. Namelijk voor morgen: niet meer ziek zijn. Koorts, keelpijn, hoofdpijn en spierpijn dwingen mij nu om nu, onmiddellijk, stante pede, mijn bedje op te zoeken.

233 Tita en een zwarte dag

Vanmorgen op het werk ving ik maar vaag een paar flarden op van het ongeval in Zwitserland op. Ik besefte nog niet hoe serieus het was. Maar toen ik thuiskwam en mijn internet opstartte werd ik omver geblazen door het verschrikkelijk droeve nieuws. Ik kreeg er koude rillingen van en het zit nog steeds vlak onder mijn huid.

Mijn gedachten zijn bij de overleden jonge mensen en hun nabestaanden.

#wijvenweek 232 Tita en haar mening

Vrouwen en kinderen: het is iets heel speciaals. En die drang naar kinderen is bij sommigen enorm groot. Zo groot dat ze er dingen voor gaan doen, die misschien niet helemaal juist zijn, die ik wel kan begrijpen maar niet kan goedkeuren.

Zo heeft een vriendin van mij 2 zoontjes. Beide keren is ze via keizersnede bevallen en daardoor mag ze nu nog maar 1 keertje zwanger zijn. Al jaren droomt ze van een meisje. Ze heeft al een naam, een uitgewerkt idee voor het geboortekaartje en een grote doos met roze kleertjes. Binnenkort vertrekt ze samen met haar man naar Amerika om een meisje te laten inplanten. Ze weet dat de kans klein is dat het lukt. Maar pas nadat ze het geprobeerd heeft en een eventuele mislukking, wil ze zich er bij neerleggen dat er geen meisje zal komen. Persoonlijk vind ik dit een beetje “God” spelen. Ik begrijp best dat ze droomt van een meisje en ik weet ook dat de adoptiewetgeving verstrengd is waardoor je nu het geslacht niet meer mag kiezen, maar toch gaat dit boven mijn principes. En aan de andere kant hoop ik voor haar dat het lukt, want ik wil niet liever dan dat ze gelukkig is.

Een andere vriendin is single en heeft een sterke kinderwens. Ze zou liever gisteren dan vandaag een kindje krijgen. Enkele jaren geleden heeft ze al info opgevraagd over spermadonatie en nu blijkt dat je minstens 28 moet zijn voor je op je eentje aan een kind mag beginnen. Als oplossing duikt ze dan maar met mannen in bed voor een one night stand, zonder condoom en zonder pil. Eerst en vooral vind ik dat ze die mannen bedriegt ook al wil ze niet dat de “vader” later opdraait voor haar kind (hoewel ik wel verwacht dat ze dat wel zal willen als haar kind een ongeneeslijke ziekte heeft en alleen door de familie van de vader kan geholpen worden). Ten tweede vind ik het levensgevaarlijk, want door onveilige seks kan je Hiv oplopen en dat wens ik niemand toe. Ik kan me daar ongelooflijk kwaad in maken en ik tel af naar de dag dat ze 28 wordt en het allemaal via de officiële weg kan gaan regelen.

#wijvenweek 231 Tita en een raar kantje

Ik heb besloten over 1 raar kantje van mezelf te schrijven. Of alleszins toch eentje dat door andere mensen wellicht als raar wordt bevonden.

Ik heb namelijk iets met voornamen en verzamel ze al sinds ik een jaar of 12 was. Heelder lijstjes maakte ik, opnieuw en opnieuw. Op losse papieren, in schriften,… Ik haalde ze voornamelijk uit boeken of later uit de Joepie. Maar eigenlijk was ik daarvoor al gefascineerd door namen herinner ik mij, want ik noemde ooit een cavia Chili, terwijl mijn zussen hele gewone meisjesnamen kozen voor die van hen.

Mijn moeder vond het verschrikkelijk belachelijk en zei altijd dat niemand dat deed. Daardoor schaamde ik mij er ook voor en daarom deed ik het stiekem. Later, toen ik het internet ontdekte, kwam ik tot de conclusie dat het helemaal niet zo raar is. Er bestaan zelfs forums voor mijn hobby en daar zitten niet alleen mama’s in spé op, maar gewoon ook namenfans zoals ik. Ik vind het trouwens wel gek dat geboortekaartjes verzamelen wel normaal is, maar namen verzamelen niet.

Tijdens mijn puberteit verzon ik de namen voor mijn kinderen later. Om de zoveel tijd veranderde (en verandert nog steeds) mijn favoriete naam. Ondertussen haal ik ze uit namenboeken (waarvan ik er hier een hele stapel in de kast heb liggen), van het internet, uit mijn omgeving of gewoon op straat. Ik ken ook bijna alle namen van de kindjes van BV’s (het beperkt zich gelukkig wel tot Vlaanderen).

Mijn smaak? Ik val over het algemeen voor Scandinavische namen zoals Tove, Asa, Runa, Thelma voor meisjes en Anders, Lasse, Emil voor jongens. Ook namen als Mitte, Yanne, Emme, Inte of Joppe, Senne, Rube, Tobe vind ik mooi. En ook korte namen zoals Toon, Bas, Stan en Sien, Maud, Noor scoren hoog bij mij. Ook hippere namen zoals Lou voor een meisje vind ik tof. Mijn favoriete jongensnamen eindigen vaak op -en of -er: Ceder, Lander, Joren,… Mijn favoriete meisjesnamen bevatten vaak een i: Mitte, Ellis, Sien. Ik hou ook van niet te voorspelbare combinaties: An en Jan is not done, Anke, Elke en Silke te saai. Alle namen kunnen bij elkaar zolang je het zelf maar mooi vindt.

Mijn vereiste voor een naam? Een eenvoudige schrijfwijze die je niet te vaak zal moeten herhalen, gemakkelijk uit te spreken, niet te belachelijk of kinderlijk (zoals namen op -ke: Auke, Lobke, Lonneke), geen y (op een paar uitzonderingen na), maximum 2 lettergrepen, niet te vaak voorkomend en zelfs liever een ietsiepietsie apart.

En dan denken jullie misschien dat de namen voor mijn ooit toekomstige kinderen al vaststaan. Niet dus. Mijn smaak evolueert constant. Wat ik vroeger mooi vond, vind ik nu vaak afschuwelijk. En zelfs namen die ik vorige maand top vond, zijn nu al lang van de ladder gevallen. Als er ooit nog eens hormonen aan te pas komen, heb ik waarschijnlijk HELEMAAL een serieus probleem.

En na deze bekentenis kruip ik onder de wol. Ik ga me trouwens dit weekend toeleggen op het zoveel mogelijk lezen van al die wijvenblogs want mijn feedreader puilt uit.

#wijvenweek 230 Tita en spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Aan make-up doe ik zo goed als niet op een werkdag omdat mijn bed (en boek) te zalig is om vroeg genoeg op te staan. Mijn ijdelheid beperkt zich dan tot mijn lenzen en een lijntje onder mijn ogen: het enige wat mij lukt ZONDER het minstens 2 maal opnieuw te doen. Dagcrème is voor wanneer er een minuutje over is. Fond de teint komt er niet in om dat ik niet van dat dichtgeplamuurd gevoel houd. Met de mascara steek ik meestal mijn ogen uit. En eerlijk duurt het langst: ik kan mezelf gewoon echt niet schminken dus als ik er eens werk van maak, zie ik er eerder als een clown uit. Tips zijn altijd welkom!

Ook kledingadvies is welkom want ik ben een ramp in het combineren van kleuren. En het ergste van al: ik ben zot van kleuren! Dus ik draag die dan vaak gewoon door elkaar. Maar helaas zie je er dan al snel uit als een mislukt schilderij. Ik probeer het meestal een beetje binnen de perken te houden door voor maar 1 kleur te gaan en varianten daarop of door zwart te combineren met 1 kleur.

Eigenlijk begin ik dus deze wijvenweek met te bekennen dat ik eigenlijk een redelijk a-typisch wijf ben.

229 Tita en de crisis (2)

Om eventjes te reageren op al jullie reacties.

Uiteraard is een relatie niet noodzakelijk om te huren, maar het maakt het wel allemaal een stuk gemakkelijker doordat je de kosten kan delen. En in mijn geval is alleen wonen bijna niet haalbaar. Door mijn lage loon. Doordat ik iets zoek in een dure omgeving (omdat ik daar werk en van daar afkomstig ben). En door het feit dat ik iets zoek waar er ook een plekje is om mijn fiets te stallen (dat maakt een appartement al gauw duurder). Eigenlijk is het min of meer een beetje zo dat ik doordat ik geen auto heb (die je overal kan parkeren zo lang je hem maar op slot doet) geen appartementje vind maar dat als ik een auto had ik zeker het geld niet zou hebben voor een appartementje want ik zou niet allebei kunnen betalen. Ik moet wel toegeven dat ik een beetje jaloers ben op de situatie van mijn zus: ze werkt deeltijds (ze heeft nooit voltijds gewerkt) maar heeft ongeveer hetzelfde loon als ik terwijl ik voltijds werk, ze heeft een vriend met een goede job, ze heeft samen met die vriend vorig jaar een (redelijk groot en modern) huis gekocht en nu heeft ze een kind. Ik gun het haar, maar tegelijk vind ik het ook niet helemaal eerlijk. En ja, ik weet dat dat egoïstisch van mij.

Ik ben momenteel op een leeftijd waarop ik geen zin meer heb om in een studio te gaan wonen. Het lijkt me verschrikkelijk om elke avond je zetel te moeten openplooien en op te dekken en elke morgen je beddengoed af te halen. “Samenhuizen” zoals door Kathleen werd voorgesteld is niet echt iets voor mij: ik hang nogal aan mijn privacy en ik ben daar niet sociaal genoeg voor. Eigenlijk wil ik gewoon graag mijn eigen plekje hebben, ingericht met meubeltjes en accessoires naar mijn smaak (en dat hoeft daarom niet duur te zijn) en bezoek kunnen ontvangen zonder dat ik bang moet zijn dat mijn nestje nog naar slaap ruikt of dat er iemand voor de deur staat terwijl mijn bed nog niet opgedekt is.

Die auto is geen echte noodzaak op dit moment. Ik ben op 10 minuutjes met de fiets op mijn werk. Mijn wekelijkse hobby-afspraken (zangles, pianoles, koor) bevinden zich op maximum 25 minuten fietsen van thuis. Als ik eens ergens verder naar toe wil, neem ik het openbaar vervoer. Maar anderzijds word ik wel in mijn vrijheid beknot door het gebrek aan auto. Ik kan namelijk niet zomaar eventjes in de auto springen en naar de zee rijden. En ik heb een vriendin die wat verder weg woont en als ik haar wil zien moet dat overdag want ’s avonds rijden de treinen niet laat genoeg (zij heeft geen rijbewijs), maar een dag vinden waarop wij allebei vrij zijn is vaak geen sinecure. Vele leuke dingen doe ik niet (of heel zelden) omdat ik geen auto heb en omdat ik niet altijd van andere mensen afhankelijk wil zijn.

Dat dat diploma belangrijk is besef ik nu eindelijk wel en vooral dat het mij waarschijnlijk een toffere job en een gelukkiger gevoel zou geven. Alleen is er meer dan 1 MAAR. 1) Mijn ouders zouden me niet financieel ondersteunen omdat ze vinden dat ik het onderhand wel genoeg geprobeerd heb en ik mezelf nooit bewezen heb. En ze hebben gelijk. 2) Studeren met een voltijdse job: als ik er alleen nog maar aan denk zie ik het bos door de bomen al niet meer. Ik heb een fysieke job en ben ’s avonds echt wel moe als ik thuiskom. 3) Ik moet zowel mijn middelbaar diploma (laatste graad) als mijn hoger diploma nog halen. Dat betekent dus een jaar of 4 studeren. 4) Ik had en heb geen zelfdiscipline en ik ben een ongelooflijke uitsteller. Om jullie een idee te geven: momenteel probeer ik daar een beetje aan te werken en gebruik ik mijn timer om dingen te doen: 5 minuten (!) werken, 5 minuten ontspannen (lezen of iets anders), 5 minuten werken, 5 minuten ontspannen,… Ik kan mijzelf dus niet lang concentreren op iets wat ik niet graag doe maar gedaan moet worden. Hoe moet ik dan in godsnaam aan  een hele studie beginnen. 5) Ik heb helemaal geen idee wat ik zou willen studeren. Ik zou graag iets met kindjes doen, denk ik. Leerkracht lager onderwijs misschien? Maar het lijkt me ook wel leuk om in een bibliotheek te werken. Of om radiopresentatrice te zijn. Of om iets met schrijven te doen.

Als ik al het geld van de wereld had, dan nam ik onmiddellijk ontslag op mijn werk en ging terug voltijds studeren om een diploma te hebben en mijn droomjob (alleen ben ik er dus nog niet uit welke dat dat is) te kunnen doen. Helaas is het niet zo simpel.