1075 Tita en een liedje

Ik wil al heel lang graag eens een duet zingen. Het maakt me niet uit of het met een vrouw of een man is. In de band waarin ik zing, zingt ook een meisje mee maar we hebben een totaal andere muzieksmaak. Dus ik vrees dat zij iets heel anders zou willen zingen dan ik. Bovendien vind ik haar persoonlijk niet zo goed zingen. Ze heeft wat moeite met ritme houden en een tweede stem zingen lukt haar ook niet waardoor ik die altijd moet zingen en dat is nogal ondankbaar. Maar nu komt er volgend schooljaar waarschijnlijk een man meezingen. En voor zover ik hem al heb horen zingen, lukt tweestemmig zingen wel. Dus nu ben ik al wat inspiratie aan het opdoen voor toffe duetten.

Deze bijvoorbeeld lijkt me geweldig leuk om te zingen (de zang begint pas na ongeveer een minuut):

 

Kennen jullie nog leuke duetten? Wie weet brengen jullie me nog op ideeƫn. Het genre maakt niet uit.

1007 Tita en 50 books: Welk boek heeft jou verliefd doen worden op een stad of land

Deze 50 books-vraag vind ik echt een leuke:

Welk boek heeft jou verliefd doen worden op een stad of land?

Eigenlijk gaat het in mijn geval niet echt om 1 boek. Als kind las ik heel graag de boeken van Astrid Lindgren. Pippi Langkous uiteraard. Maar ook De kinderen van Bolderburen. Die boeken deden mij wegdromen van het mooie Zweden, van de natuur en de rust. Het leek me er heerlijk. En die boeken hebben me echt nieuwsgierig gemaakt.

Ondertussen heb ik de natuur in Zweden nog niet echt uitgebreid kunnen bewonderen, maar ik heb er wel een klein beetje een idee van gekregen toen ik op vakantie ging naar Stockholm. Onderweg op de trein zag ik prachtige landschappen en heel veel groen. En ook al ben ik gek op de stad Stockholm, de natuur in Zweden zou ik toch ook nog wel eens willen bekijken.

En dat allemaal dankzij Astrid Lindgren.

963 Tita en babysitten

Vorige week schreef Prinses op de kikkererwt een post over haar heldinnen die regelmatig op haar zoontjes passen. Een post over het positieve en negatieve van babysits. Haar post gaf mij de inspiratie om eens iets te schrijven vanuit het standpunt van de babysit. Hoewel ik mezelf niet echt als een heldin zie. šŸ˜‰ Omdat ik er heel wat over te vertellen heb, ga ik het opdelen in 2 posts. Vandaag krijgen jullie een post met de leuke en minder leuke dingen aan het babysitten. Binnen een paar dagen of volgende week volgt nog een post met een paar leuke/minder leuke dingen die ik tijdens mijn jaren babysitervaring heb meegemaakt: anekdotes dus.

Hoe ik aan mijn babysitadressen kwam.
Ik begon ooit op mijn 16e te babysitten via de oppasdienst van de gezinsbond. Maar ik babysitte al gauw ook op mijn veel jongere nichtje en neefje. Via een vriendin kwam ik bij een babysitgezin van haar terecht als reserve-babysit. En verder ben ik heel veel bij mensen terecht gekomen via mond-op-mond-reclame: ik ging al ergens babysitten en die mensen gaven mijn naam door aan vrienden/familie. Soms leerde ik mensen ook op een andere manier kennen (via mijn werk bijvoorbeeld) en werd dan hun babysit. En ook bij mijn buren heb ik veel gebabysit. Ik heb ook altijd veel gebabysit: vaak 4 tot 5 keer per week. En zowel ’s avonds als overdag en soms zelfs met een overnachting. Ik babysitte overigens evengoed op baby’s van 2 maanden oud als peuters, kleuters, basisschoolkids en zelfs jonge pubers. En ik pas het liefst op kleine kindjes (tot en met de kleuterschool) omdat je daar veel moet mee bezig zijn. Ik ben niet zo’n babysit die op de zetel gaat zitten wachten tot de kids naar bed moeten.

Mijn babysit-taken:
Pampers verversen, kindjes eten geven, badjes geven, verhaaltjes voorlezen, entertainen, pijntjes verhelpen, troosten,… En dan ben ik waarschijnlijk nog heel wat vergeten.

Dingen die maken dat ik ergens graag ga babysitten:
– leuke kindjes (het belangrijkste uiteraard)
– ouders die zich aan de afspraken houden (Niet als je om 2u thuis ging zijn om half 3 bellen om te vragen of je wat later naar huis mag komen. Hoe kan ik dan in godsnaam “nee” zeggen? Dat getuigt van weinig respect. Een kwartiertje te laat daarentegen kan uiteraard iedereen overkomen.)
– ouders die mijn gezag niet ondermijnen net zoals ik niet het hunne ondermijn (Een kind dat aan papa vraagt of het op de computer mag en de papa die dan zegt dat het kind het aan mij moet vragen is een zaligheid. Ik zal dan zelf altijd reageren met “Als het van papa mag, mag het van mij ook”.)
– een beetje vrijheid: Ik zit niet graag opgesloten in huis en trek al eens graag naar de speeltuin of het park, maak een fietstochtje of wandelingetje of neem de kindjes mee naar de winkel, de kinderboerderij of de dierentuin.
– dat de ouders geen TE hoge eisen stellen: Ik vind het niet meer dan normaal om flexibel te zijn en de boel netjes achter te laten achteraf, maar ik ben de babysit en niet de poetsvrouw.

Eerste kennismaking:
Kindjes moeten altijd even wennen aan een nieuwe babysit. Ik heb al vaak gemerkt dat recht op een kind af stappen niet de goede manier is om kennis te maken. Meestal laat ik de kinderen naar mij komen door interesse te tonen in hun speelgoed. Dan beginnen ze daar spontaan over te vertellen. En als de kindjes wenen wanneer de ouders vertrekken is er maar 1 tip: mama’s en papa’s ga zo snel mogelijk weg! Beter de korte pijn. En ik zweer dat het verdriet meestal binnen de 5 minuten al over is. Er bestaat namelijk zoiets als afleidingsmanoeuvres: “kijk, een vogeltje”, “gaan we een toren bouwen”,… En anders heb ik altijd wel iets bij: een boekje of een gezelschapsspelletje want spulletjes van iemand anders zijn altijd interessanter. Kindjes moeten overigens ook ALTIJD weten dat ik kom. Ooit heb ik gehad dat het kindje van niets wist, uit bed kwam, in paniek raakte, begon te huilen, zich niet wou laten troosten en zichzelf dan maar weer in slaap huilde. Mijn hart lag in duizend stukskes op de grond.

Entertainment:
Als puber vond ik dat ik constant die kindjes moest bezig houden en entertainen. Een babysit is er immers voor de kindjes en die genieten zo van die aandacht. Maar als je uren aan een stuk moet babysitten is dat heel vermoeiend. Vooral met kleine kindjes. Bovendien moet je af en toe ook eten maken, een kindje troosten, een pamper verversen,… De kindjes moeten zich dus af en toe ook op hun eentje kunnen bezig houden. Als ik overdag moet babysitten, bedenk ik vooraf soms een eenvoudig knutselwerkje dat liefst van al niet te veel rommel maakt en niet te veel tijd en geduld vraagt. En ik ga al eens een wandelingetje of zo maken: ik vind het belangrijk om even buiten te komen en een luchtje te happen. Verder speel ik uiteraard wel met hen en lees ik verhaaltjes voor, maar af en toe zet ik ook gewoon een half uurtje de tv op of spoor ik hen aan om zelf iets te spelen.

Flexibiliteit:
Ouders verwachten flexibiliteit van hun babysit. En dat begrijp ik. Ik probeer daar dan ook aan te voldoen. Ouders mogen mij eender wanneer bellen. Binnen 10 minuten een babysit nodig? Als ik vrij ben vind ik dat geen probleem en pas ik mij aan. Plots een kindje extra omdat iemand in de familie ook een babysit nodig had? Een kindje extra maakt mij niet uit. Ik heb zo eens met 6 kindjes (waarvan 3 extra) gezeten tussen 3 en 7 jaar en ik heb die allemaal op 1 uur tijd laten opruimen en in bed gekregen. Dikke ambiance! De boel opgeruimd hebben tegen dat de ouders thuis zijn lukt niet altijd als je met een drukke bende zit, maar als de kindjes in bed liggen probeer ik dat toch altijd wel te doen. Ik laad alleen geen vaatwasmachines in. Iedereen doet dat namelijk op zijn eigen manier heb ik gemerkt. Ik verzamel dus alles zo dicht mogelijk bij de machine en maak geordende stapeltjes. Ik heb ook zelden wisselgeld op zak. Ik ben namelijk geen wandelende bankautomaat. Maar ik vind het geen probleem om bijvoorbeeld pas bij de volgende babysitsessie voor de 2 sessies betaald te worden. Van mijn vaste babysitadressen weet ik dat dat wel in orde komt en dat als ze het vergeten ik het gewoon mag vragen.

Streng zijn?
Ik denk dat ik geen overdreven strenge babysit ben. En ook niet altijd even consequent. Elk kind is immers anders en vraagt een andere aanpak. Voor mij primeert veiligheid. Daar ben ik heel streng op. Maar verder wil ik vooral dat de kindjes zich goed voelen. En als de ouders een avondje uit gaan vind ik dat het voor de kindjes ook plezant moet zijn. Dan liggen ze wel eens een kwartiertje later in hun bed zodat ze dat ene tv-programma nog kunnen uitzien of dan lees ik wel eens een extra verhaaltje voor. Of dan dansen we op luide (aangepast aan kinderoortjes natuurlijk) muziek door de woonkamer. O ja, ik ben wel streng op gebied van beleefdheid. Dat draag ik ook hoog in het vaandel.

Verandert dit jullie kijk op de babysits? Binnenkort krijgen jullie nog een post met anekdotes.

919 Tita en het Groot Dictee der Nederlandse taal

Een paar weken geleden blogde ik er al over: ik zou het Groot Dictee der Nederlandse taal mee doen. Weliswaar uitgesteld want ik heb op woensdagavond zangles en die wou ik toch ook niet missen.

Daarom herbeluisterde ik deze ochtend het Dictee en waagde ik mezelf er aan. Het was zoals gewoonlijk niet gemakkelijk. En ik vond zelfs dat het af en toe iets te snel werd voorgelezen. Bovendien maakte Ć©Ć©n van de voorlezers een paar leesfoutjes die voor verwarring zorgden maar ook weer werden rechtgezet. Maar ik sloeg mij er door.

2014-12-18 11.07.35

Ik heb verre van mooi geschreven en heel wat gekrabbeld tussendoor. Ook heb ik af en toe getwijfeld. Ik zei het al: gemakkelijk was het niet.

Nadat ik het beluisterd had, vergeleek ik de oplossing met wat ik er van had gemaakt. Ik haalde er mijn rode balpen bij. En ik telde 24 fouten. Als je weet dat het algemene gemiddelde 23 fouten waren vind ik dat ik het niet slecht heb gedaan. En ik kijk al uit naar volgend jaar want dan wil ik proberen om weer mee te doen.

Wie niet mee heeft gedaan, maar het alsnog wil doen: hier kan je het Dictee herbeluisteren. En hier vind je het volledige Dictee uitgeschreven.

898 Tita en het Groot Dictee der Nederlandse Taal

Op 17 december gaat het 25e Groot Dictee der Nederlandse Taal door. Helaas is het een woensdagavond en dan heb ik zangles. Nochtans wil ik dat eigenlijk al lang eens een keertje mee volgen. En eens kijken wat ik er zelf van bak.

Ik ben geen specialist maar ik heb wel een beetje een oog voor schrijffouten en taal op zich. Ik ben redelijk goed in dingen verwoorden, in dingen op een andere manier beschrijven, synoniemen,… Het is iets dat ik altijd al heel leuk vond. En ik vermoed dat het te maken heeft met het feit dat ik zo veel lees.Ā Maar ik schrijf zeker niet foutloos. Hoewel ik er wel op probeer te letten.

Deze week leerde ik de Mams nog het verschil tussen “noemen” en “heten”. Mijn moeder is nochtans geen onverstandige vrouw, maar op gebied van taal vrees ik toch dat ik haar meerdere ben. Tot ik begin te praten over mijn “heus om de noek te steken”. En nee, ik ben dan niet zat.

891 Tita en een leesdip

De afgelopen maanden las ik veel. En ik genoot er van. Maar plots lijkt het compleet over te zijn. Deze maand las ik nog geen enkel boek uit. Ik zit op het einde van een non-fictie boek. Maar dat leest trager. En ik las een paar hoofdstukken in een boek, maar raakte er niet door. Dus bracht ik het weer terug naar de bibliotheek. Toen begon ik bewust in een young adult-boek. Maar ook daar raakte ik niet in.

Nu doe ik een poging met “De interessanten” van Meg Wolitzer. Een boek dat al op meerdere blogs werd aangeprijsd. Het spreekt mij enorm aan, dus ik hoop dat het mij over mijn leesdip heen helpt. Want ik mis het lezen ergens ook wel.

Maar eigenlijk is die leesdip ook een beetje mijn eigen schuld. Ik ben te veel met andere dingen bezig. Ik kijk te veel series op dit moment. En ook het plannen staat weer op een lager pitje. En als ik mijn regelmaat kwijt ben, verlies ik dikwijls zelfs de zin in de leuke dingen. Dus tijd om dat weer eens op te krikken. Of een toffe job te vinden. Dat mag er zo langzamerhand ook wel eens van komen.

Hebben jullie trouwens tips om uit die leesdip te geraken? Wat werkt bij jullie meestal? Of hebben jullie een geweldige boekentip voor mij? Iets dat heel vlot lees en je van in het begin meesleept in het verhaal? Ik hoor/lees het graag.

886 Tita en I Love To Write Day

Dat ik iets met schrijven had werd al heel vroeg duidelijk. In de kleuterschool krabbelde ik vellen papier vol met krulletjes. Net als woorden. Ergens moet nog een kaft liggen met een paar van die velletjes in. In de lagere school vond ik een opstel schrijven altijd geweldig. Dan sloeg mijn fantasie op hol. En ik heb meermaals voor de hele klas mijn opstel mogen voorlezen omdat de juf het zo goed vond.

In het middelbaar vond ik een boekbespreking maken een cadeau. Dat was gewoon de leukste opdracht van het hele schooljaar. Ik stak daar enorm veel tijd en werk in. Ook het in elkaar steken van een spreekbeurt vond ik leuk. Het presenteren voor de klas was dan weer wel een hel.

Als tiener ben ik regelmatig aan een dagboek begonnen. Maar ik had er geen zelfdiscipline voor en waarschijnlijk ook niet zo veel nood aan. Ik denk dat ik het eerder deed omdat ik het in films zag of er over las in boeken. Maar ik hield het dus nooit vol. Ik begon ooit ook een paar keer aan een boek. Of hoe je zo’n probeersels ook mag noemen. Een tijd later herlas ik die en gooide ik ze allemaal weg.

Ik schreef zelfs na de lagere school nog elk jaar een nieuwjaarsbrief. Of toch tot en met het middelbaar. Daarna was mijn inspiratie precies een beetje weg en werden het eerder knutselwerkjes.

En toen was ik een twintiger en ontdekte ik het bloggen. Pas toen ben ik me gaan realiseren hoeveel ik van schrijven hou. Het schrijven van een blogpost voelt voor mij echt zelden als een opdracht. Ook al heb ik het druk gehad en moet ik eigenlijk nog snel iets schrijven. Ik MAG elke dag schrijven. En ik hoop het nog veel te mogen doen.